Pesten op het werk: daar zijn we toch te volwassen voor?

15 september 2026
Algemeen

Bij pesten denken we al snel aan het schoolplein. Aan een kind dat niet mee mag doen, wordt uitgelachen of steeds opnieuw het mikpunt is van dezelfde groep. Maar ergens lijkt het idee te bestaan dat we daar vanzelf overheen groeien. Dat we op maandagochtend ons kantoor binnenstappen, onze werkschoenen aantrekken of achter het stuur kruipen en ineens allemaal volwassen genoeg zijn om elkaar met respect te behandelen.

Was het maar zo. Pesten gebeurt ook op het werk. En misschien wel vaker dan je denkt.

Pesten op het werk gebeurt echt

Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2024 van TNO en CBS blijkt dat 17% van de werknemers in de twaalf maanden daarvoor te maken had met een vorm van ongewenst gedrag op het werk. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om intimidatie, ongewenste seksuele aandacht, lichamelijk geweld en pesten.

Kijken we specifiek naar gedrag van collega’s, dan gaf 3% van alle werknemers aan in het afgelopen jaar door collega’s te zijn gepest. 3% klinkt misschien niet enorm. Totdat je bedenkt hoeveel mensen er in een organisatie werken. En vooral: dat achter ieder percentage een persoon zit die iedere dag weer naar zijn werk moet.

“Joh, het was maar een grapje”

Bij pesten denken we misschien ook te snel aan heel duidelijk pestgedrag. Schelden. Openlijk iemand belachelijk maken. Iemand recht in zijn gezicht vertellen dat hij er niet bij hoort. Maar zo duidelijk hoeft het helemaal niet te zijn. Het kan ook die collega zijn die wéér niet wordt meegenomen in een overleg. De grap die toevallig altijd over dezelfde persoon gaat. Informatie die consequent niet wordt doorgegeven. Roddelen. Negeren. Buitensluiten.

Eén vervelende opmerking of één misplaatste grap is niet automatisch pesten. Bij pesten gaat het juist om gedrag dat zich herhaalt en waardoor iemand structureel het mikpunt wordt.

Lees ook: Pesten op het werk

En juist omdat pesten soms zo subtiel begint, is het makkelijk om het kleiner te maken dan het is.

Hij bedoelt het vast niet zo.
Zo gaan we hier nu eenmaal met elkaar om.
Ze moet ook wel een beetje tegen een grapje kunnen.

Totdat het allang niet grappig meer is.

Pesten begint lang niet altijd met ‘pesten’

Dat maakt het ingewikkeld. Een onveilige situatie ontstaat niet noodzakelijk van de ene op de andere dag.

Het kan beginnen met irritatie tussen collega’s. Een opmerking hier, een sneer daar. Mensen gaan steeds meer óver iemand praten in plaats van mét diegene. Een collega wordt minder vaak gevraagd. Niet meer meegenomen in bepaalde gesprekken. Er ontstaat een beeld binnen de groep en langzaam verandert iemands positie. Dat proces kan zo geleidelijk gaan dat zelfs degene die het overkomt pas later beseft wat er eigenlijk aan de hand is.

In Pesten op het werk, een subtiel proces wordt aan de hand van een praktijksituatie beschreven hoe zo’n proces zich stap voor stap kan ontwikkelen.

Juist daarom is het belangrijk om niet alleen in actie te komen wanneer iemand uiteindelijk zegt: “Ik word gepest.” Je kunt veel eerder kijken naar wat er binnen een team gebeurt.

Welke ruimte krijgt pesten binnen je organisatie?

Pesten is niet alleen iets tussen een pester en degene die gepest wordt. De omgeving speelt ook een rol.

Wordt er binnen een team veel óver elkaar gesproken in plaats van mét elkaar? Kunnen collega’s elkaar feedback geven? Is er ruimte om te zeggen dat iets niet prettig voelt? Worden nieuwe of afwijkende mensen gemakkelijk opgenomen in de groep? En is er aandacht voor het effect dat je eigen gedrag op een ander heeft?

Dat soort dingen zeggen iets over de sociale veiligheid binnen een organisatie. En dat is misschien wel het interessante aan preventie: je hoeft niet te wachten tot er daadwerkelijk gepest wordt om iets te kunnen doen.

Niet degene die gepest wordt, hoeft het probleem op te lossen

Als iemand zich structureel buitengesloten of gepest voelt, is “dan moet je er iets van zeggen” wel erg gemakkelijk. Daarmee leggen we de verantwoordelijkheid precies bij degene die al in een kwetsbare positie zit.

Een sociaal veilige werkvloer maak je samen.

Dat betekent niet dat ieder grapje verboden moet worden of dat collega’s voortdurend op hun woorden moeten letten. Het betekent wél dat je oog hebt voor wat er om je heen gebeurt. Dat je niet automatisch meelacht. Dat je iets durft te zeggen wanneer je merkt dat steeds dezelfde collega het mikpunt is. En dat signalen serieus worden genomen.

Voor leidinggevenden is dat laatste extra belangrijk. Goedbedoeld reageren is namelijk niet automatisch goed reageren. Iemand alleen doorsturen naar de vertrouwenspersoon, de gepeste medewerker overplaatsen of eerst eisen dat er een formele klacht wordt ingediend, kan het probleem juist bij de verkeerde persoon neerleggen.

We hebben de drie meest gemaakte fouten bij pesten op het werk voor je op een rij gezet.

Ja, er zijn regels. Maar zou dat de reden moeten zijn?

Pesten valt volgens de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Werkgevers moeten beleid voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of te beperken. Dat betekent ook dat sociale veiligheid niet helemaal losstaat van de RI&E. Risico’s rondom psychosociale arbeidsbelasting horen daarin thuis en waar nodig neem je maatregelen op in het plan van aanpak.

Dat is belangrijk. En het is goed dat daar regels voor zijn. Maar eigenlijk zou de wet niet de reden moeten zijn waarom je als organisatie aandacht besteedt aan pesten. Je wilt toch dat mensen gewoon veilig naar hun werk kunnen?

Dat een medewerker niet ’s avonds thuis zit te piekeren over wat collega’s morgen weer zullen zeggen. Dat iemand niet langzaam buiten een team komt te staan. Dat een grap leuk is voor iedereen en niet alleen voor degenen die erom lachen. Daar hoef je geen wetsartikel voor te lezen.

Kijk eens om je heen

Pesten op het werk bestaat. Ook tussen volwassen mensen. Ook in organisaties waar de sfeer op het eerste gezicht prima lijkt.

Misschien is daarom de belangrijkste vraag niet:

“Wordt er bij ons gepest?”

Want het antwoord daarop is al snel: nee hoor, volgens mij niet.

Interessanter is om eens te kijken en te luisteren. Hoe gaan collega’s met elkaar om? Kan iemand aangeven dat een grap niet leuk is zonder vervolgens als ongezellig te worden weggezet? Wordt er mét elkaar gesproken of vooral óver elkaar? En wat gebeurt er als iemand buiten de groep dreigt te vallen?

Pesten voorkomen begint niet bij een protocol in een la. Het begint bij zien wat er gebeurt. En er niet van wegkijken.

Lees ook: 5 voedingsbronnen voor het pesten op het werk